Drie vragen om te begrijpen wat er op de valutamarkt gebeurt

30 maart 2020

EUR-currency-featured-1200x628-100

Waarom is de EUR/USD-koers vorige week gestegen?

De euro is vorige week aanzienlijk gestegen ten opzichte van de veilige havens, voornamelijk ten opzichte van de Amerikaanse dollar en de Japanse yen. Deze stijging volgt op enkele weken van daling, maar compenseert niet volledig voor de verliezen die de munt sinds het begin van het jaar heeft geaccumuleerd, aangezien de eenheidsmunt sinds januari nog steeds 1,8% lager noteert dan de Amerikaanse dollar.

De opwaartse beweging die vorige week werd waargenomen, weerspiegelt een verlaging van de risicoaversie door de inspanningen van centrale banken op internationaal niveau om de crisis te beteugelen. De liquiditeit die door de Federal Reserve van de Verenigde Staten, de Japanse centrale bank, de Europese Centrale Bank, de Britse centrale bank en elf andere centrale banken werd geïnjecteerd, hielp de paniek, althans tijdelijk, een halt toe te roepen. Tot dusver lijkt de stroom van negatieve statistieken, die naar verwachting enkele maanden zal aanhouden, geen negatief effect te hebben op de evolutie van de euro. Het bewijs hiervan zagen we afgelopen donderdag toen bekend werd dat in de Verenigde Staten een recordaantal mensen (meer dan 3 miljoen in één week!) een werkloosheidsuitkering hebben aangevraagd, en de euro zijn beste resultaat van de week liet optekenen tegenover de Amerikaanse dollar.

Op dit moment is de euro immuun voor slechte statistieken, maar niets kan garanderen dat dit zo zal blijven. De verschillende prognoses van de afgelopen twee weken wijzen erop dat de economische schok in Europa enorm zal zijn, met een ineenstorting van de dienstensector en een toename van de werkloosheid, en dat het herstel zeer geleidelijk zal verlopen.

Wat staat ons de komende week te wachten?

De centrale banken zullen naar verwachting deze week op de achtergrond blijven nu ze een groot deel van hun arsenaal hebben gebruikt. De Canadese centrale bank was de laatste grote centrale bank die afgelopen vrijdag een programma voor de terugkoop van staatsobligaties aankondigde ten belope van vijf miljard CAD per week totdat de economie zich herstelt. Dit programma omvat alle looptijden van de Canadese staatsobligaties.

Bovendien moet Japan zijn fiscale stimuleringsprogramma afronden vóór de begrotingsbesprekingen die deze week van start gaan in het Parlement. Volgens verschillende bronnen zal dit programma een breed scala aan maatregelen integreren, waaronder met name een directe verdeling van geld aan huishoudens (vorm van helikoptergeld) en hulp aan bedrijven, voor een bedrag dat rond de 30.000 miljard yen zou kunnen liggen (tweemaal het begrotingspakket dat werd gelanceerd om de financiële crisis van 2007-2008 te bezweren).

In Europa zullen de besprekingen op het niveau van de ministers van Financiën (binnen de Eurogroep) worden voortgezet om een consensus te bereiken over een gecoördineerde begrotingsreactie. Net als in 2012, ten tijde van de Europese schuldencrisis, verzetten de Noord-Europese landen (Duitsland, Nederland, Finland en Oostenrijk) zich tegen die van het Zuiden (Frankrijk, Italië en Spanje) over de noodzaak voor nieuwe ondersteunende maatregelen. De discussies zullen minstens twee weken duren, dus valt er deze week niets te verwachten op Europees niveau.

De belangrijkste indicator die de komende dagen in de gaten moet worden gehouden, is het rapport over de Amerikaanse werkgelegenheid (beter bekend als NFP, non-farm payroll) dat deze vrijdag om 13.30 uur Parijse tijd zal worden gepubliceerd. Op basis van voorlopige gegevens per staat zou het nettoverlies van banen in maart als gevolg van COVID-19 en de inperkingsmaatregelen tussen de 5 miljoen en 7 miljoen kunnen bedragen, wat het werkloosheidscijfer zou doen oplopen tot 8%-9%, terwijl het in februari 3,5% bedroeg. Een dergelijk snelle stijging op zo’n korte tijd is natuurlijk ongekend in tijden van vrede. De valutamarkt heeft dit slechte nieuws al “ingeprijsd” sinds de Amerikaanse minister van Financiën waarschuwde dat de werkloosheid in het tweede kwartaal 20% zou kunnen bedragen. De euro zou daarom kunnen standhouden tegenover de Amerikaanse dollar, maar we kunnen in ieder geval een sterke volatiliteit verwachten.

Waar moeten we op technisch niveau op letten wat betreft de EUR/USD-koers?

De afgelopen twee weken heeft de eenheidsmunt een volatiliteit gekend die hij al jaren niet meer had ervaren. Het fluctuatiebereik van de EUR/USD-koers sinds 16 maart bedraagt ongeveer 400 punten, wat ongebruikelijk is in normale tijden. De volatiliteit ten opzichte van andere munten is echter beperkt, zoals de EUR/CHF-koers of de EUR/GBP-koers. De eenheidsmunt begon vorige week te stijgen, waardoor hij de zone van 1,09 is gepasseerd onder invloed van een dalende risicoaversie. De baissetendens voor het valutapaar blijft echter intact. Het blijft evolueren onder het voortschrijdend gemiddelde van 200 dagen en, zoals we hierboven hebben aangegeven, is het niet zeker dat de euro lange tijd de opeenvolging van slechte statistieken zal kunnen weerstaan. Een terugkeer naar 1,08 lijkt de komende weken waarschijnlijk.

Deze column is niet bedoeld als professioneel (beleggings)advies.

Contacteer ons voor meer informatie