Drie vragen om de recente onrust over de wisselkoersen beter te begrijpen

10 maart 2020

img-remous-taux-de-change

We komen even terug op de sterke schommelingen die we recent op de geldmarkten hebben gezien naar aanleiding van de crisis rond het coronavirus en de ineenstorting van de olieprijzen.

Wat heeft de paniek op de financiële markten veroorzaakt?

De ineenstorting van de olieprijzen na de unilaterale beslissing van Saoedi-Arabië om zijn prijzen te verlagen heeft een explosie veroorzaakt die verder reikt dan alleen de markt van de grondstoffen. Ook de geldmarkt is niet bespaard gebleven, met een massieve vlucht naar veilige waarden zoals de yen. De Japanse munt steeg dan ook op weekbasis met 3% tegenover de euro. Die deviezen waarvan de evolutie positief gecorreleerd is aan de evolutie van petroleum, hebben zoals te verwachten was het grootste verlies geleden. De Canadese dollar, die vorige week al werd afgestraft door de daling van de rentevoeten van de Bank of Canada, heeft verder terrein verloren, met een daling op weekbasis van 5% tegenover de euro. Ondanks de vrees voor een economische recessie in de eurozone, de quarantaine in Italië en de impact van het coronavirus op de productieketen blijft de euro stijgen tegenover de dollar en heeft de euro maandagochtend bijna de psychologische grens van 1,15 doorbroken. Deze klim van de euro wijst niet op een terugkeer van het vertrouwen van de beleggers in de eurozone maar veeleer op een daling van de dollar naar aanleiding van de verwachte rentevoetdalingen van de Federal Reserve.
Achter deze financiële paniek zit de vrees voor een langdurige economische crisis. Alle ingrediënten zijn aanwezig: een exogene economische schok (het coronavirus) en een schok op de grondstoffen (petroleum). Om dit scenario te voorkomen, is de reactie van budgettaire en monetaire autoriteiten van doorslaggevend belang.

Wat staat ons de volgende dagen te wachten?

We houden rekening met nieuwe economische stimuleringsmaatregelen, zowel budgettaire als monetaire.

  • De ECB, die donderdag moet samenkomen, zou eerder dan voorzien de invoering van een speciale kredietfaciliteit voor middelgrote en kleine bedrijven in de eurozone kunnen aankondigen. De centrale bank zou ook kunnen proberen om de sterke stijging van de euro te remmen door een nieuwe daling van 10 basispunten in de depositorentevoet in te voeren. Er bestaat echter geen consensus over deze optie, want deze zou negatieve gevolgen voor de financiële sector inhouden.
  • De Amerikaanse Fed zou kunnen beslissen om de rentevoeten opnieuw te laten dalen, zoals vorige week reeds was aangekondigd, wat zou samengaan met maatregelen om voor liquiditeit op de markt te zorgen.
  • De centrale bank van Japan en die van Zwitserland zouden kunnen tussenkomen op de wisselkoersen. De Japanse overheid heeft onderstreept dat het de evolutie van de wisselkoersen nauwgezet opvolgt en dat ze bezorgd is over de sterke stijging van de yen (op weekbasis +3% tegenover de euro, +5,5% tegenover de Amerikaanse dollar en +4% tegenover de Australische dollar).
  • De G7 zou met spoed een vergadering kunnen beleggen om te praten over een gecoördineerd herstelplan. Op dit moment lijkt dit echter onwaarschijnlijk. We denken veeleer aan herstelmaatregelen die land per land worden genomen, zoals Duitsland tijdens het weekend heeft gedaan. We kunnen eventueel binnenkort een gecoördineerd initiatief op Europees vlak verwachten.
Welke positie op de euro aannemen?

De euro heeft maandagochtend geprobeerd om de psychologische grens van 1,15 dollar te doorbreken, maar dat is niet gelukt. Het deviezenpaar evolueert nu binnen een brede range van 1,1250 tot 1,1500. De opwaartse tendens zou kunnen worden versterkt door de grote kans op een nieuwe daling van de rentevoeten door de Federal Reserve. Als de psychologische grens van 1,1500 wordt doorbroken, dan ligt de volgende grens op 1,1750. Maar opgelet: de klim van de euro is vooral gebaseerd op een korte opleving. De economische realiteit van de eurozone, meer bepaald het ernstige risico op een recessie in de loop van het eerste kwartaal van dit jaar, is nog niet in de wisselkoers van de euro verrekend. In deze omstandigheden lijkt het ons onwaarschijnlijk dat de sterke stijging van de EUR/USD van lange duur is.