KMO’s betalen vaak te veel voor internationale transacties

4 maart 2020

comparateur-ibanfirst-nl

Fintech iBanFirst lanceert hulpmiddel om bankkosten met elkaar kan vergelijken

Banken rekenen kmo’s vaak veel meer aan voor internationale betalingen en transacties dan grotere bedrijven. Dit is de opmerkelijke conclusie van een recente studie van de Europese Centrale Bank (ECB). Meer nog, bedrijven die trouw blijven aan hun bank betalen gemiddeld veertien keer meer voor dit soort verrichtingen dan zij die minstens vijf offertes aanvragen. Om kmo’s beter te beschermen tegen dergelijke praktijken, lanceert de Frans-Belgische fintech iBanFirst als eerste een online hulpmiddel waarmee bedrijven de kosten, die verschillende banken aanrekenen voor internationale betalingen en transacties, met elkaar kunnen vergelijken.  

De resultaten van de ECB-studie[1] bevestigen voor het eerste in cijfers wat al langer vermoed werd: kleinere bedrijven betalen vaak veel meer aan banken voor hun internationale betalingen en transacties dan multinationals. En dit levert de Europese banken geen windeieren op. In het totaal innen ze volgens de ECB  per jaar een extra 638 miljoen euro door dit soort prijsdiscriminatie.

Het verschil in kosten tussen kmo’s en grotere bedrijven kan bovendien bijzonder groot zijn. Volgens het ECB-rapport moeten de meeste bedrijven ongeveer 50 basispunten betalen (of 0,5 procent) terwijl de grootste bedrijven vaak maar twee basispunten aangerekend worden. In de Financial Times zegt de hoofdauteur van het onderzoek, Harald Hau, “Het is alsof je een tweedehands-autodealer binnenwandelt en 50.000 euro betaalt voor een auto die anderen voor 5.000 kunnen aanschaffen.”[2] De studie besloot dat dit vooral komt omdat banken misbruik maken van de onervarenheid van hun klanten in dit domein.

Verschillende soorten verdoken kosten

Volgens de Frans-Belgische fintech iBanFirst met hoofdzetel in Brussel, moeten kmo’s vaak 1,5 procent van het verhandelde bedrag betalen aan wisselkosten en andere onverantwoorde bijkomende kosten. iBanFirst identificeert drie soorten verdoken kosten:

  • 1) Het aanrekenen van overdreven, half-verdoken kosten voor wissels: de kosten voor wissels worden willekeurig vastgelegd en niet in functie van de wisselkoersen.
  • 2) Extra, vaak niet vermelde, kosten die worden aangerekend: hierbij horen onder meer commissies, kosten van de wissels, beheerskosten van de rekening en de SWIFT kosten.
  • 3) Gebrek aan transparantie over hoe de wissels uitgevoerd worden: banken bieden aanvankelijk geen gemiddelde kosten aan voor een wissel of zijn niet transparant over de verschillende betalingsopties - of slechts een deel ervan - waarmee ze de devisen kunnen doorsturen naar de begunstigden.

“De kosten voor een internationale transactie liggen helemaal niet vast. Bedrijven doen er dan ook goed aan om rond te shoppen en te negotiëren. De recente ECB studie over de ongelijke prijsstelling van vrij-verhandelbare derivaten toont namelijk aan dat trouw blijven aan je bank niet loont. Trouwe klanten betalen zelfs tot veertien keer meer voor hun transacties in buitenlandse valuta dan zij die rond shoppen.” Jeroen Hoevers, Country Manager Benelux, iBanFirst.

Nieuw hulpmiddel vergelijkt de kosten

Om bedrijven beter te beschermen tegen de hoge kosten lanceert iBanFirst als eerste een gratis online hulpmiddel (https://be-nl.ibanfirst.com/calculator/) waarmee kmo’s de kosten die banken aanrekenen voor internationale transacties met elkaar kunnen vergelijken. Hierbij wordt rekening gehouden met de bank, de omzet van de onderneming in het voorbije jaar, hoeveel geld in buitenlandse valuta het bedrijf in het laatste jaar betaalde of ontving en hoeveel transacties het hiervoor nodig had.

“Bij iBanFirst weten bedrijven precies welke wisselkoers ze krijgen en hoeveel ze moeten betalen. Volgens het hulpmiddel nemen banken bij een Europees bedrijf dat ongeveer één miljoen euro per jaar aan betalingen in dollars doet, tussen de 0,44 procent en 1,32 procent marge. Ze zouden tot 10.000 euro kunnen besparen door over te schakelen naar iBanFirst.” Jeroen Hoevers, Country Manager Benelux, iBanFirst.  

Dit hulpmiddel kwam tot stand door een nauwkeurige analyse van de officiële en administratieve documentatie van een tiental banken. Daarenboven onderzocht iBanFirst honderden bankuittreksels over een periode van anderhalf jaar. Tegelijkertijd werden de wisselkoersen bijgehouden om de juistheid van de gegevens te controleren.  

“Traditionele banken hebben tot voor kort altijd kunnen genieten van een monopolie op vlak van internationale betalingen. Dat is nu niet meer mogelijk met de nieuwe Europese wetgevingen waardoor ook andere bedrijven traditionele bankenfuncties mogen uitoefenen. Kmo’s kunnen door over te schakelen naar iBanFirst niet alleen een duidelijke en transparante offerte krijgen met realtime wisselkoersen, lage fees en geen verrassingen. Het nieuwe hulpmiddel toont ook aan dat bedrijven op een veilige manier veel geld kunnen besparen door met ons in zee te gaan.” Pierre Antoine Dusoulier, CEO en oprichter van iBanFirst

 


[1] http://www.haraldhau.com/wp-content/uploads/FX_PriceDiscrimination_in_FX_OTC_markets.pdf

 

[1] https://www.ft.com/content/9e8f9248-8d1a-11e9-a24d-b42f641eca37